De Pulsvisser - Zondag-Maandag

Zondag 13 januari, 21.55, Stellendam

‘Wat heb ik me op de hals gehaald’, denk ik. Ik sta in m’n eentje op het gure, donkere busstation van Stellendam. ‘Is dit nou echt een goed idee, een week lang mezelf als een nieuwsgierige bemoeial in een ander z’n wereld opdringen, geen idee of ik mezelf staande kan houden in de elementen deze vissers wekelijks trotseren?’. Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat ik altijd dit soort twijfels heb, zo vlak voor het moment dat ik weer een nieuwe zoektocht begin.

Volgens afspraak haalt Hans me op van het busstation. Op het eerste oog een sympathieke vent van rond de dertig. We rijden naar de haven, waar hij me een korte rondleiding geeft op zijn kotter, de ‘Eben Haezer’. Ik zie een schippershut die net zo goed de ideale opstelling voor een fanatieke gamer zou kunnen zijn. Één comfortabele stoel op een verhoogd platform, omringd door zes monitoren. Benedendeks zie ik afzonderlijke ruimtes voor de bemanning, een keuken, een kombuis. Het valt me alles mee, dit is met recht een huis op zee. En de grootste meevaller, ik heb een eigen kajuit direct achter de stuurhut, met eigen douche en toilet. En een bed met haaien dekbed.. Na de rondleiding vertrekt Hans weer naar z’n huis om een paar laatste uren met z’n familie te besteden. Over acht uur varen we uit. Ik installeer mezelf in m’n kajuit en check nog even m’n mail, en het laatste nieuws. Ik zie een bericht op NOS dat de bergingswerkzaamheden op de Waddenzee nog niet van start gaan wegens te hoge golf verwachting. Mooi is dat.

Mijn kajuit voor de komende dagen, inclusief beddengoed met haaienpatroon.

Mijn kajuit voor de komende dagen, inclusief beddengoed met haaienpatroon.

Maandag 14 januari, 13:20, Noordzee ±30km voor de kust

We zijn om zes uur ‘s ochtends uitgevaren, en nadat we op twaalf mijl uit de kust zaten direct begonnen met vissen. Ik ontdek het ritme van de dag. Na een ‘trek’ van twee uur worden de netten aan beide kanten van de boot weer omhoog gehaald. Alleen de uiteinden van het net, de staart, worden binnengehaald en boven twee bakken op het dek leeggeschud. Tong, schol, krabbetjes, zeesterren en een enkele rog gaan direct via een lopende band omhoog, waar ze door vier man aan twee lopende banden worden gestript (ingewanden eruit) en gesorteerd op soort. Zodra beide bakken leeg zijn gaat de gesorteerde vis direct door naar verschillende bakken in het ruim, op ijs. Tijdens het sorteren - dat ongeveer dertig minuten in beslag neemt - gaan de netten alweer het water in naar ongeveer 28 meter diepte en wordt de koers hervat. Twee uur later wordt de vangst weer binnengehaald. Dit proces herhaalt zich doorlopend, rond de veertig keer, vanaf maandagochtend tot vrijdag wanneer aangeland wordt. Tussendoor wordt er geslapen, gegeten en wisselen de bemanningsleden elkaar af in de kajuit.

Hoewel het werk met vijf man uitgevoerd kan worden, zijn we deze week met zeven. Naast Hans, is er zijn neef Peter, en oudgedienden Henk, Chris en Kees. Dan is er nog Richard, de benjamin, die sinds augustus met zijn tweede stage op dit schip bezig is. Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Zo zorgt Henk ervoor dat alle materialen, netten en touwen op orde zijn. Peter z’n domein is de machinekamer en Chris verzorgt de maaltijden, inclusief inkoop.

De bemanning van de Eben Haezer, v.l.n.r. Richard, Henk, Kees, Peter, Hans en Chris.

De bemanning van de Eben Haezer, v.l.n.r. Richard, Henk, Kees, Peter, Hans en Chris.

De eerste paar trekken breng ik door in de stuurhut met Hans. Ik krijg een flinke lading informatie om m’n oren, die ik zo goed en kwaad als het kan probeer te sorteren en op te bergen in m’n hoofd. Ik vraag, Hans vertelt. Ik hoor over de toenemende hoeveelheid windmolenparken en natuurbeschermingsgebieden, waardoor het gebied dat beschikbaar blijft voor de visserij steeds kleiner wordt. Over de aanlandplicht, ofwel het verplicht zijn om ‘ondermaatse’ vis niet meer overboord te gooien maar mee te brengen naar de afslag. ‘Typisch een vorm van regelgeving die wordt bedacht door mensen die niet begrijpen hoe de visserij werkt’, aldus Hans. Over de Brexit, dat veel Nederlandse collega vissers actief zijn op Brits gebied. Als dat gebied door de Brexit wordt afgesloten komen die vissers op het ‘Nederlands plat’ waar de GO-37 nu vooral vist. Ik hoor over pulsvisserij en de nabije toekomst. In april verliezen tweeënveertig kotters naar waarschijnlijkheid hun ontheffing, en moeten dan weer terug naar vissen met wekkettingen. Voor de overige tweeënveertig wordt op dit moment actief gediscussieerd en gelobbyd in de Europese politiek.  

In de stuurhut zit Hans centraal op zijn troon, omringd door beeldschermen met radar- en satellietbeelden. Hij zou bijna een gamer kunnen zijn, met z’n voeten omhoog, muis in de hand rustig de route aan het uitstippelen voor de volgende twee uur.

Schipper Hans zet de route uit voor de volgende trek.

Schipper Hans zet de route uit voor de volgende trek.

Bij de derde trek ga ik met de bemanning mee naar buiten en observeer ik het proces. Eenmaal terug bij Hans vertel ik eerlijk wat ik zie en ervaar. Ik zie een grote hoeveelheid vis die ‘ondermaats’ en onverkoopbaar is. Discards, niet te verwarren met bijvangst. Met bijvangst worden alle vissen bedoeld die niet de doelsoort zijn maar wel groot genoeg, zoals bot en schar. Bijvangst gaat gewoon mee naar de veiling.

Tong is, zo blijkt, een doelsoort waarbij van bijvangst en discards altijd wel wat in het net zit. Bij visserij die mikt op vissen die zich in de waterkolom in scholen bewegen, zoals haring of makreel, kan veel doelgerichter gevist worden. Daar gaat het net er pas uit als op de sonar een grote school gespot is. Met bodemvisserij blijft het altijd meer giswerk, en zijn de vissen minder netjes voorgesorteerd. Hans: ‘Als bodemvisser kun je nooit van tevoren weten wat er in je net komt, dit kunnen we nog niet met apparatuur waarnemen. Het kan met maar één zeemijl verschil tussen twee plaatsen of je een geweldige of teleurstellende vangst hebt.’

‘Het was of de puls of stoppen.’

Hans en zijn familie zaten in de groep ‘first movers’, de eerste twintig vissers die toestemming kregen om met pulskor te vissen. Maar dat wil niet zeggen dat ze onmiddellijk overtuigd waren dat hun toekomst daar lag. ‘Wat veel mensen niet begrijpen is hoezeer het water ons aan de lippen stond in 2011’, vertelt Peter me later. ‘We voeren zwaarder, omdat die kettingen meer weerstand geven op de bodem. We voeren sneller, zo’n 6,5 mijl per uur in plaats van de 4,7 die we nu doen, omdat het effect van de kettingen beter is bij een hogere snelheid. Door die twee zaken hadden we de dubbele hoeveelheid brandstof nodig vergeleken met wat we nu hebben, zo’n 30.000 liter per week tegenover 15.000 nu. Daarbij kwam een verhoogde brandstofprijs, €0,70 per liter. Dat kon niet meer uit. Het was of de puls of stoppen. Het was niet makkelijk vol te houden, er zijn ook veel collega’s gestopt. Vijfentwintig jaar geleden had je nog vijftig of zestig boten op Stellendam, tegenwoordig zijn er nog een stuk of negen over.’

‘Ik maak me wel zorgen om de grootte van de groep tongvissers’, zegt Peter. ‘Dit jaar verdwijnen er waarschijnlijk veertig. Die verliezen hun ontheffing voor de puls, het is eigenlijk te duur om op de oude manier door te gaan, dus zullen er veel stoppen. Als er te weinig vissers tong aanlanden, schiet die prijs omhoog, waardoor het voor de groep consumenten die het nu nog kunnen betalen helemaal niet te doen is.’

‘Sneetje doen’

18:46 Na de vierde trek, gaan we ‘even sneetje doen’ oftewel een broodje eten. We zijn van 40, naar 65, naar 75 kilo tong per trek gegaan. We willen tenminste naar de honderd kilo. Bij iedere trek is het kijken naar de hoeveelheid en soort vis, en op basis daarvan de verdere koers uitzetten.

Voor en na het eten wordt gebeden. Deze keer maak ik de beginnersfout om precies op het moment dat iedereen de handen vouwt en ogen sluit het gesprek voort te zetten. ‘Maar hoe zit het nou met …’.  ‘Shhh’ signaleert Henk vaderlijk met een vinger aan de lippen vanaf de andere tafel. Veel vlees salades en grillworst op bruin brood. Een pan vol kippenbouten staat al te sudderen op het vuur voor de volgende maaltijd.

Het volgende deel van dit verhaal wordt gepubliceerd op dinsdag 11 februari.

Maarten Kuiper